Vijf jaar geleden zat ik in een doos. Het was er donker. Het was er niets en alles. Een wereld zonder impulsen. Ik vond dat fijn. Ik vond dat veilig. Toen besloten ze dat ik mijn doos uit moest. Eerst met lieve woorden. Zoete beloften. Begripvolle duwtjes in de juist gepercipieerde richting. Ik kroop dieper in de doos. Dat maakte hen boos. Lief werd hard, zoet werd bitter en de duwtjes, die werden gemener. Dat ik toen nog minder zin had om mijn doos te verlaten, spreekt voor zich. Maar ik was ik en zij waren zij en bijgevolg in de meerderheid. De lange repen gescheurd karton bewaar ik nog steeds. In een kleinere doos. Waar ik zelf niet in pas. Mijn wereld is nu die van iedereen. Ze is flitsend en luid. En ik denk dat ik dat fijn vind.